Jeroen Cnossen, directeur Koninklijke BDU: ‘Onze rol als duider is belangrijker dan ooit’

Honderdvijftig jaar na de oprichting van de BDU is de rol van lokaal nieuws sterk veranderd, maar onverminderd belangrijk. Dat concludeert Jeroen Cnossen, die de Barneveldse uitgeverij door een moeilijke periode loodste. ,,Inmiddels kijken we weer vooruit.” Dit interview is exclusief verschenen in de jubileumkrant van BDUmedia ter ere van haar 150-jarig bestaan.

U bent nagenoeg op de kop af twee jaar directeur bij de BDU. Waarom besloot u hier destijds aan de slag te gaan?

,,Op 15 mei was het inderdaad twee jaar geleden dat ik het stokje overnam. Daarvoor heb ik altijd in de media gewerkt, ik ben een uitgever in hart en nieren. Ik houd ervan om als bedrijf relevant te zijn, mensen te informeren en daarnaast commercieel te denken. Bij de BDU kreeg ik de kans om dat te doen en tegelijkertijd de transitie naar crossmediaal (waarbij wordt gewerkt met verschillende mediakanalen, red.) in gang te zetten.”

Wat spreekt u daarnaast aan in lokale journalistiek?

Lokale journalistiek drukt een stempel op het dagelijks leven van de lezer. Wat mij betreft is het lezen van lokale media – in welke vorm dan ook – bijna een voorwaarde om sociaal te kunnen functioneren. Hoe weet je anders wat er gebeurt op scholen, in het verenigingsleven, op cultureel vlak, op het gebied van infrastructuur of in de lokale zorg?

Hoe is de rol van de BDU en lokale journalistiek in het algemeen de afgelopen tijd veranderd?

Tien à twintig jaar geleden had je als mediabedrijf haast een monopoliepositie, maar met de komst van het internet en later social media is iedereen nu in staat om informatie te publiceren. Hierdoor is ook de rol van de journalist veranderd. Alleen informatie zenden is niet meer genoeg; betrouwbaarheid en onafhankelijkheid zijn nóg belangrijker geworden. We werken elke dag hard om dat vertrouwen te verdienen en te behouden.

Is lokale journalistiek volgens u relevanter geworden?

Enerzijds niet, omdat burgers op steeds meer manieren informatie tot zich kunnen nemen. Aan de andere kant is onze rol als duider van die informatie belangrijker dan ooit. Grote dossiers, zoals op het gebied van de jeugdzorg of de energietransitie, zijn de afgelopen jaren bij lokale overheden neergelegd. Daarom is het nog belangrijker dat inwoners naast de communicatie vanuit de gemeente ook toegang hebben tot kritische en objectieve informatie. Daar zijn wij als lokale media uitermate geschikt voor.

Wat waren wat u betreft de hoogtepunten in de afgelopen jaren?

Ik was destijds nog geen directeur, maar terugkijkend was de komst van de nieuwe drukpers in 2013 voor de BDU een belangrijke mijlpaal. Dit is nog steeds de nieuwste drukpers in Nederland, met bijzondere technische mogelijkheden. Hiermee blijven we als BDU een belangrijke partij als het op print aankomt.

Daarnaast werd in oktober 2021, op onze honderdvijftigste verjaardag, ons recht om het predicaat ‘Koninklijk’ te voeren verlengd. Dat predicaat krijg je niet zomaar; een bedrijf wordt uitgebreid doorgelicht door de overheid en moet naast een goede werkgever onder meer financieel gezond zijn.

Er waren natuurlijk ook dieptepunten, zoals de coronacrisis. Hoe heeft u die periode beleefd als kersverse directeur?

Toen ik hier binnenkwam, was de eerste lockdown in volle gang. Een groot deel van de lokale adverteerders, zoals winkels en horecazaken, ging dicht. Daar waren we totaal niet op voorbereid en de impact op onze omzet was enorm.

In die tijd leerde ik het bedrijf goed kennen, ik had geen tijd om rustig ingewerkt te worden. Gelukkig hielpen de steunmaatregelen van de overheid en de subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek ons in deze moeilijke periode. De daaropvolgende lockdowns waren we beter voorbereid en hebben we nieuwe verdienmodellen ontwikkeld, zoals ons vacatureplatform Baan Dichtbij.

De coronacrisis zorgde ook voor hevige polarisatie in de samenleving en veel mensen keerden ‘traditionele’ media de rug toe. Merkten jullie dat ook?

Bij ons speelde dat minder. Als lokaal medium moet je onafhankelijk zijn en heb je in mindere mate een politieke kleur dan de landelijke media. Wij zijn er primair voor de lokale bevolking en respecteerden de verschillende meningen die onder hen vertegenwoordigd waren, zonder partij te kiezen.

Het lijkt erop dat we het ergste inmiddels achter de rug hebben. Hoe staat de BDU er nu voor?

Inmiddels zijn we weer financieel gezond en kunnen we weer investeren. Zo is het nu ongeveer een jaar geleden dat we elf kranten en nieuwssites overnamen van DPG Media. Met die titels zijn we serieus aan de gang gegaan en dat werpt zijn vruchten af: we zien onder meer dat de websites erg goed bezocht worden.

Hebben zich inmiddels weer nieuwe uitdagingen aangediend?

Zeker. Naast de hoge inkt- en papierprijzen en het tekort aan bezorgers, vindt er momenteel ook een discussie plaats waarbij huis-aan-huisbladen over één kam worden geschoren met folders. In steeds meer gemeenten moeten inwoners vanuit duurzaamheidsoogpunt actief aangeven of ze folders willen ontvangen.

In deze discussie wordt wel eens afgevraagd of inwoners ook actief aan moeten geven of ze nog een huis-aan-huiskrant willen ontvangen. Onterecht wat ons betreft; onze kranten worden van honderd procent gerecycled papier gemaakt en zijn daardoor relatief duurzaam. Voor het informeren van de lokale burger is de huis-aan-huiskrant nog steeds met afstand het belangrijkste medium. Als een inwoner zich liever via andere kanalen wil laten informeren, kan deze via een sticker op de brievenbus aangeven dat deze geen huis-aan-huiskrant meer wil ontvangen.

Een andere uitdaging is de komst van steeds meer alternatieven voor huis-aan-huisbladen op de advertentiemarkt. Ondernemers kunnen tegenwoordig ook digitaal lokaal adverteren, bijvoorbeeld via Google of Facebook. Daarom zetten we steeds meer in op andere verdienmodellen, zoals onze digitale abonnementen en op branded content, en kijken we naar samenwerkingen met andere mediaorganisaties om lokale journalistiek betaalbaar te houden. In het regeerakkoord wordt het belang van lokale media onderstreept. Het onderscheid tussen publieke (lokale) omroepen en private mediabedrijven werkt oneerlijke concurrentie in de hand. In de digitale wereld verdwijnt immers het verschil tussen kranten en omroepen. Wij zouden liever zien dat de (lokale) overheid lokale journalistiek ondersteunt in plaats van lokale omroepen.

Hoe ziet u de toekomst van de BDU voor zich?

We zijn een in de kern traditioneel bedrijf en hopen nog lang kranten te kunnen drukken, maar print hoeft niet per se de hoofdmoot te blijven. In onze missie hebben wij staan dat wij in onze verspreidingsgebieden wekelijks driekwart van de lokale bevolking willen bereiken. Het maakt niet uit of dat via de krant, de website, een app of via social media is. Het is aan ons om mee te bewegen met de lezer. Zo waren we een van de eerste lokale mediabedrijven met een eigen app – die van de Barneveldse Krant en Soester Courant – en binnenkort worden nog meer apps gelanceerd.

Toch blijft print voorlopig belangrijk. De meest recente cijfers van de NOM (Nationaal Onderzoek Multimedia, red.) laten zien dat de gemiddelde huis-aan-huiskrant in Nederland wekelijks door veertig procent van de inwoners wordt gelezen. In het verspreidingsgebied van de BDU is dit ruim vijftig procent, met uitschieters naar zestig tot zeventig procent. Dan hebben we het alleen nog maar over de krant, daarbovenop weet zo’n twintig procent ons via de websites te vinden. In veel gebieden halen we die 75 procent dus al ruimschoots.

 

Na 150 jaar Barneveldse Krant.nl is het team nog volop bezig met doorontwikkelen. In februari 2022 is de Barneveldse Krant.nl app gelanceerd. “Inmiddels hebben 5.000 mensen deze al geinstalleerd en we zien een flinke toename in het digitale bereik van de Barneveldse Krant.nl” Aldus Wilfred van den Brand, manager ontwikkeling en innovatie.

Recommended Posts